Privacy
leestijd: 3 minuten
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Privacywetgeving in de zorg: wat is het recht op privacy?

Privacy: er wordt de laatste jaren steeds meer over gezegd en geschreven. En dat niet alleen. Óók de ontwikkeling van de privacywetgeving heeft absoluut niet stilgestaan. Denk bijvoorbeeld eens aan de komst van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De komst hiervan heeft voor de meeste organisaties aardig wat voeten in de aarde gehad.

Nu geldt de AVG in principe voor álle sectoren. Voor sommige sectoren zijn er echter nog veel meer regels waarin het onderwerp aan bod komt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de gezondheidszorg.

Reden genoeg om eens wat dieper in dit onderwerp te duiken! Wát is nu het recht op privacy? En hoe ziet dit recht er in de dagelijkse zorgpraktijk uit? Ik ga het u in deze blog toelichten.

Privacywetgeving en het recht op privacy in een vogelvlucht

Om direct met de deur in huis te vallen: het recht op privacy is neergelegd in verschillende wetten. Zo is dit recht bijvoorbeeld opgenomen in de volgende internationale wetgeving:

  • De Universele verklaring voor de rechten van de mens
  • Het VN-verdrag voor Burgerlijke en Politieke rechten
  • Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens


In Nederland is het recht op privacy neergelegd in de Grondwet (Gw). Wanneer we hier verder op inzoomen, zien we echter dat het niet één specifiek recht is.


Het recht op privacy is namelijk een bundeling van de volgende rechten:

  • Het recht op informationele privacy (art. 10 Gw). Dit recht heeft betrekking op de bescherming van informatie en persoonsgegevens;
  • Het recht op lichamelijke privacy (art. 11 Gw). Deze wettelijke bepaling waarborgt de onaantastbaarheid van het lichaam;
  • Het recht op territoriale privacy (art. 12 Gw). Dit artikel heeft betrekking op huisvredebreuk;
  • Het recht op communicatie privacy (art. 13 Gw). Deze bepaling waarborgt het telefoon- en briefgeheim.

De AVG: van belang voor de privacywetgeving

Bovenstaande opsomming is in principe hét recht op privacy die wij als Nederlandse burgers hebben. De verdere uitwerking van het recht op privacy wordt overgelaten aan andere wet- en regelgeving. Ofwel, wat je moet doen én nalaten om het recht op privacy te respecteren.

Daarmee komen we uit bij de AVG. In de inleiding kwam deze internationale verordening al kort aan bod. De AVG is namelijk dé wet wanneer we het hebben over het recht op informationele privacy. Hierin staat dan ook beschreven wat organisaties wel én niet moeten doen om de informatie en persoonsgegevens van o.a. hun klanten en medewerkers te beschermen.

In deze blog leest u meer over de gevolgen van de AVG voor u en/of de organisatie waarvoor u werkzaam bent!

Het recht op privacy in de gezondheidszorg

Laten we verder inzoomen op de privacywetgeving in de gezondheidszorg. Zoals hierboven duidelijk is geworden, is de AVG van belang voor de informationele privacy. Dit geldt zodoende óók voor de gezondheidszorg.

Maar daarmee zijn we er nog niet! Er is namelijk nog genoeg ándere wetgeving waarin het recht op privacy in de zorg wordt geregeld. De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) zijn hier twee voorbeelden van. Deze wetten zien zowel op de informationele– als de lichamelijke privacy. De andere twee vormen van privacy spelen een minder grote rol in de zorg.


Deze wetten bepalen dat een zorgverlener moet voorkómen dat het recht op privacy van zijn of haar patiënten wordt geschonden.


Interessant, maar wat betekent dit nu voor de dagelijkse zorgpraktijk? Het betekent onder andere dat een zorgverlener ervoor moet zorgen dat:

  • Behandelingen, onderzoeken en gesprekken vertrouwelijk worden gevoerd.
  • Er vertrouwelijk wordt omgegaan met de gegevens van patiënten.


Deze laatste verplichting heeft zodoende tot gevolg dat een zorgverlener maatregelen moet nemen om de gegevens van de patiënt te beschermen. Denk bijvoorbeeld aan het veilig opslaan of veilig uitwisselen van de patiëntgegevens.


Een patiënt moet er namelijk op kunnen vertrouwen dat de informatie die hij/zij met de zorgverlener deelt niet voor andere doelen wordt gebruikt.


Ook mag je deze gegevens niet zomaar met anderen delen. Dit noemen we ook wel het medisch beroepsgeheim. Je mag deze gegevens alléén delen met anderen indien:

  • De patiënt hier uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven.
  • Er sprake is van een conflict van plichten.
  • De wet dat voor die specifieke situatie toestaat, bijvoorbeeld in andere wetgeving.

Wilt u meer lezen over het medisch beroepsgeheim? Op deze pagina van de Autoriteit Persoonsgegevens kunt hier meer over lezen.

Marjolein van Kooij

Marjolein van Kooij

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wij houden u graag op de hoogte van onze diensten en kwalitatieve blogs.